X

DWA Nieuws

WRR: Economie heeft baat bij kenniscirculatie

In het onlangs gepubliceerde lijvige rapport “Naar een lerende economie” constateert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) dat economische groei niet meer vanzelfsprekend is. Nederland heeft zich de afgelopen decennia een economisch toppositie verworven. Om deze te behouden moet het verdienvermogen omhoog. Om dit te bereiken stelt de WRR voor een lerende economie op poten te zetten. De overheid dient daarom kenniscirculatie te stimuleren.

Economische groei bevorderen door het verdienvermogen te bevorderen heeft voor de WRR de voorkeur boven het klassieke concept van het voorspellen van succesvolle sectoren om vervolgens daar alle kaarten op in te zetten. Op lange termijn is dit een riskante strategie. Het voorspellen van economische ontwikkelingen en goede groeikansen die kunnen bijdragen aan blijvende welvaart is nauwelijks mogelijk. Het loopt altijd anders.

Het is daarom beter het verdienvermogen te versterken. Hieronder verstaat de WRR het vermogen om kansen en bedreigingen in de toekomst succesvol aan te kunnen pakken. De infrastructuur, instituties en het menselijk kapitaal moeten daarom toegerust zijn om op veranderingen adequaat in te spelen. Sleutelbegrip hierbij is responsiviteit.

Responsiviteit

Bij economische responsiviteit gaat het in de eerste plaats om bij onverwachte schokken veerkracht op te kunnen brengen. In de tweede plaats moet de economie zich soepel aan kunnen passen aan veranderende omstandigheden. Daarvoor is ruimte nodig voor variatie, selectie en experimenten. Ten slotte moet er een proactieve houding uitgaan van plannenmakers, managers en werknemers. Dit wil zeggen dat fouten een leermoment zijn, er op toekomstige problemen vooruitgelopen wordt en er constant naar kansen gezocht wordt.

Heroriëntatie

Heroriënteren van Verdienvermogen en responsiviteit moet plaatsvinden in een ingewikkelde context van afname van de beroepsbevolking en dus arbeidsjaren en daarmee een toenemende productiviteiteis. Schaarste ontstaat niet alleen in mensen, maar ook in grondstoffen. Daarnaast speelt de internationale context door een toegenomen internationale verwevenheid een belangrijke rol. Productieketens fragmenteren, worden langer en zijn niet meer van plaats afhankelijk. Bedrijven zijn minder gebonden aan een specifiek land en doen investeringsbeslissingen daar waar de productiviteit het hoogste ligt en het voordeligste uitkomt. Tenslotte gaan de tegenwoordige innovatieprocessen zo snel, dat hierop inspelen veel kennis en handelingsvermogen vraagt. Het gaat dan om efficiënte productie, organisatie methoden van de productieketen, marketing en service.

Kenniscirculatie

Om deze heroriëntatie van de responsiviteit van de economie mogelijk te maken moet volgens de WRR de overheid een aanjagende rol spelen bij het stimuleren van kenniscirculatie. Dit gaat een stap verder dan het bevorderen van een kenniseconomie. Voor een kenniseconomie staat het ontwikkelen van nieuwe kennis centraal. Bij kenniscirculatie staat het optimaal gebruiken van bestaande kennis boven aan de agenda. Bij kenniscirculatie verplaatst de aandacht naar het signaleren, mobiliseren, en toepassen van ideeën en technieken uit andere bedrijven, sectoren en landen. Het gaat dan over het vergroten van het absorptievermogen van individuen en bedrijven om bestaande kennis in nieuwe contexten op te nemen en economisch waardevol te maken.

Aanpassen instituties

Om deze houding tegenover kennis te veranderen en kenniscirculatie in de genen van de economie te brengen stelt de WRR enkele aanpassingen voor ten aanzien van leren en de organisatie daarvan.

  1. Werken en leren moeten gekoppeld worden, waarbij het concept van een “Leven Lang Leren” nu eens echt serieus genomen moet worden. Alleen lippendienst volstaat niet meer. Leerrechten moeten beschikbaar zijn voor iedereen en levenslang doorlopen. Sociale zekerheidsarrangementen moeten hier met name op aangepast worden.
  2. In regionale kenniscentra moet meer aandacht zijn voor deeltijdonderwijs op een breed gebied, waarbij het eenrichtingverkeer van kennis via artikelen, patenten en afgestudeerden aangevuld wordt met gevoeligheid voor kennis waar de samenleving behoefte aan heeft.
  3. Onderwijsinstellingen moeten de verschillen tussen onderzoek en onderwijs duidelijker markeren en hierin grotere verschillen laten ontstaan.
  4. Onderwijsvrijheid is een groot goed volgens de WRR, maar er moet wel een verzakelijking optreden tegenover leereisen en een nationaal curriculum. Het onderscheid tussen met name onderwijs in vaardigheden en kennis is te ver doorgeschoten.
  5. Het gemiddelde opleidingspeil van docenten en onderwijzers daalt al enige jaren. Hier moet duidelijk iets aan gedaan worden. Ook de WRR pleit ervoor dat docenten universitair geschoold moeten zijn.

Rol van de overheid

Een betere kenniscirculatie veronderstelt volgens de WRR daarmee een herinrichting van kennisinstellingen, sociale zekerheid en de arbeidsmarkt. Om deze plannen te verwezenlijken is een actieve aanjagende overheid nodig. Zo zou de overheid de regie over economische ontwikkeling naar regio niveau moeten afstoten. Regio’s verschillen sterk en kunnen sneller en beter op omstandigheden inspelen. Landelijk zou de overheid juist meer aandacht moeten geven aan het verbeteren van innovatiesystemen door het bevorderen van netwerken, stimulerende reguleringen, ondersteunende instituties en het formuleren van strategische richtingen. Tenslotte stelt de WRR voor om de Nederlandse polder overlegstructuur opnieuw in te richten vanuit de kernvraag hoe een lerende economie te bevorderen.

Tags:

About the Author

The Author has not yet added any info about himself

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *