X

DWA Nieuws

De Emergentie van Het Symbiotisch Wereldbeeld


De ontdekking van de aarde
van Peter Westbroek is een belangrijk boek. Peter Westbroek is een heraut, een verkondiger van een nieuw wereldbeeld, een nieuwe wereldoriëntatie. Dat klinkt veel religieuzer dan het is.

Wereldbeelden hebben tot nu zwaar geleund op religie. Geleidelijk is de wetenschap geslopen in het beeld van de aarde en de oriëntatie die wij op haar hebben.

In Het Boek neemt Westbroek ons een stap verder naar een wereldbeeld op basis van wetenschappelijke oriëntatie en duwt hij ons verder weg van god.

In de menselijke geschiedenis was er een tijd waarin het wereldbeeld gedomineerd werd en bepaald werd door het religieuze. Simpelweg omdat er niet zo iets als moderne wetenschap bestond.

In een aantal fases nam het religieuze element af en nam het wetenschappelijke toe.

In den beginne, in de eerste fase van het menselijk bestaan, in wat wij nu de prehistorie noemen, heerste het animistische wereldbeeld. Voorouderverering en bezieling van alle objecten bepaalden hoe de prehistorische mens om zich heen keek en de wereld begreep. Het is de wereld van
sjamanen, offeren, heilige stenen en plaatsen, van goden als Zeus, Jupiter, Wodan en Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon.

Dit wereldbeeld werd geleidelijk aan vervangen door het geocentrisch wereldbeeld van Ptolemaeus, Aristoteles en Plato.

De aarde stond in het centrum van het heelal en de mens was het centrum en het doel van het bestaan. Aristoteles begon als eerste met het systematisch bekijken van de wereld om hem heen. Over de werkelijkheid kun je logisch redeneren en je kan de functies van de natuur afleiden uit de vruchten die zij geven. Volgens hem stonden de functies van de dingen om ons heen ten dienste van de mens.

De wetenschap gaat een nog belangrijkere rol spelen in het Heliocentrisme. De derde fase in het menselijk wereldbeeld. De zon bleek het middelpunt te zijn. Copernicus ontdekte het en publiceerde er over in 1543 in De Revolutionibus orbium coelstium – Over de omwentelingen der hemellichamen.

Het bleek een daadwerkelijke revolutie in het wereldbeeld te zijn en het begin van het modernisme. Op bewijs van Copernicus zijn stellingen moesten de tijdgenoten wachten tot Newton zijn Principia publiceerde in 1687, zo’n 150 jaar later.

De tijd brak aan van wetenschappelijke ontdekkingen, ontdekkingsreizen en enorme s
prongen in technische mogelijkheden.

Na Newton ontstaan nieuwe inzichten als de evolutietheorie van Darwin. De aarde wordt systematisch in kaart gebracht en men vindt plausibele verklaringen voor de vorming van bergen, vulkanen, de gesteente cyclus en de ouderdom van de aarde.

Oorzaak en gevolg staan in toegepaste wetenschappen van ingenieurs centraal. De wetenschap specialiseert zich meer en meer en versplintert in heel nuttige deelgebieden.

Het gevolg is een ontwikkeling naar steeds handigere machines, het opgraven van steeds grotere hoeveelheden grondstoffen als kolen, staal, goud en natuurlijk olie. Grondstoffen die zeer nuttig zijn voor het steeds maar vergroten van het menselijk comfort en rijkdom en om het groeiende aantal monden te voeden.

In het modernisme is de mens de uitvinder, de ingenieur, de heerser op aarde. Degene die door zijn machtige machines alles kan maken en daarmee uiteindelijk ook alles weer op kan breken. Degene die de aarde exploiteert, tot zich neemt en niets teruggeeft.

De ontdekkingsreis van de mens gaat verder en brengt de mens zelfs buiten de aarde.
En op een dag op zo’n reis naar de maan in 1968 maken een paar astronauten een foto, de Earth Rise foto.

Een beroemde foto, omdat dan voor het eerst in het aardse bestaan van 4,5 miljard jaar er door wezens van de aarde, op de aarde wordt gekeken.

Voor Westbroek staat deze foto symbool voor een nieuwe wereld oriëntatie, het Symbiotisch wereldbeeld.

Het zijn de astronauten en wij met hen die door deze foto die de aarde zien als eenzame blauwe, kwetsbare bol in een groot zwart niets.Ea

Wubbo Ockels noemde het Space Ship Earth.

Hier moeten wij het mee doen. Deze aarde en alles wat erop zit. Voor alles wat aarde is,
inclusief onszelf, is er nooit meer geweest dan deze wonderlijke bol, van steen, water en organismen. Hier zijn wij uit ontstaan in 4,5 miljard jaar evolutie, van de eerste levende cel tot deze bijeenkomst.

Dat is nog eens vooruitgang, een civilisatie proces van ongekende omvang.

Om in termen van Westbroek te blijven, er emergeert nu het nieuwe wereldbeeld, het symbiotische.

Symbiose is een term uit de biologie en scheikunde en is volgens Lyn Margulis het centrale principe in de evolutie. Het is het verschijnsel dat twee of meer organismen van verschillende soorten samenleven, waarvoor het voor één van hen soms noodzakelijk is. Deze symbiose speelt volgens Margulis een cruciale rol bij de evolutie van organismen. Zo is inmiddels bewezen dat in het menselijk DNA ook resten van bacterieel DNA zitten, die de mens gemaakt hebben tot wat die nu is.

Samen met de chemicus James Lovelock formuleerde Margulis de Gaia hypothese, de aarde als groot organisme.

Deze twee wetenschappers stelt Westbroek gelijk aan Copernicus en Newton, de herauten van het heliocentrisme.

Lovelock en Margulis zijn volgens Westbroek hun opvolgers, de uitvinders van het idee dat op aarde alles met alles samenhangt. Dat de mens in symbiose leeft, of zou moeten leven, met de aardse principes.

Westbroek noemt dit wereldbeeld expres niet naar de Gaia hypothese vermoed ik, omdat dit meteen associaties op roept met enge hippies met vage theorieën.

Voor hem is het een oefening in het afstand nemen van het dagelijkse gewoel om in onzekere tijden van klimaatverandering, oorlogen, migraties en bevolkingstoename, eens de vraag te stellen: Wat doen we eigenlijk? Gaat het wel goed? Moeten we vasthouden aan oude recepten en gewoonten of is het tijd om naar onze rol, de mensen rol als organisme, die een onderdeel is van de aarde, te herijken in het licht van de turbulente ontwikkelingen om ons heen.

Dat afstand nemen kan alleen door de wetenschap te hulp te roepen en met de inzichten die daar verworven zijn ons handelen herzien.

Tot nu toe zien wij het menselijk handelen los van de aarde. We oogsten wel de grondstoffen, exploiteren de aarde, maar overzien bij lange na niet de consequenties. En omdat het aantal mensen zo enorm toeneemt, wordt ons handelen ongelofelijk belangrijk. De mens moet geen parasiet blijken te zijn. Willen we als soort overleven, dan zullen we moeten uitvinden hoe wij symbiotisch met de aarde samen kunnen leven.

Westbroek komt tot deze conclusie door een aantal ontwikkelingen samen te brengen.

  • Het besef van kwetsbaarheid die uit de foto spreekt.
  • De vrijwel tegelijkertijd ontstane theorie van de platentektoniek in de geologie en de daarop voortbouwende nieuwe wetenschap Earth System Sciences.
  • Het besef dat de mens een actor is in de geologische processen, zie de klimaatverandering.
  • Het idee van het palrad als metafoor voor vooruitgang.
  • Het idee van emergentie. Het ontstaan van iets kwalitatief nieuws uit een oneindig en onoverzichtelijke hoeveelheid factoren.
  • Het samensmelten van aardse geschiedenis in geologische zin en het menselijke civilisatie proces.

Dit nieuwe wereldbeeld is tenslotte, gegrondvest op een wetenschappelijke oriëntatie en elimineert god in zijn geheel. Het goddelijke doet niet meer mee.

Het is de aarde als systeem van geologische, chemische en biologische processen, als Gaia, waar het om gaat.

De aarde als één groot organisme op reis door de ruimte, waarvan wij mensen symbiotisch deel van uitmaken.

September 2015

Daan Diederiks

Lezing in de Meevaart voor de Boekclub

Tags:

About the Author

The Author has not yet added any info about himself

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *