Chaos in het Midden Oosten vraagt om bezinning op geschiedenis

De vluchtelingen die in de winter van 2015 richting Europa trokken en bereid waren enorme risico’s te nemen om een klein stukje zee over te steken en het eigen leven op het spel te zetten, veranderden voor veel Europeanen een conflict dat ver weg was naar een probleem dat naast de deur ligt. De abstracte cijfers van miljoenen vluchtelingen werden ineens heel concreet; zoveel honderden asielzoekers in het eigen dorp.

De dagelijkse nieuwsberichten over bombardementen in steden als Aleppo of Homs ging inmiddels vrijwel geheel aan de hardwerkende EU burger voorbij. Zo nu en dan is er een opflikkering van verontwaardiging als er een uitzinnige gewelddaad gepleegd wordt tegen mensen of monumenten, maar massale protesten tegen de oorlog blijven uit. Een vredes beweging lijkt er niet te bestaan.

De perceptie is dat het gehele Midden Oosten een onbegrijpelijke bende is, waar inwoners altijd al als woestelingen tegenover elkaar staan. Sinds mensenheugenis zijn er immers militaire coups, plegen islamitische extremisten aanslagen en hebben vrouwen en anders-sexuelen al helemaal geen enkel zelfstandig recht.

Op een moment als dit is het nodig een stap terug te doen en de geschiedenis er eens op na te slaan en zich af te vragen wat er in hemelsnaam in het verleden allemaal heeft plaatsgevonden dat geleid heeft tot een dergelijke bijna universele chaos in het Midden Oosten. Het wordt tijd om te bezinnen.

Met dit gevoel in het achterhoofd is in november vorig jaar de Studieleeskring Midden Oosten bij De Wereld Academie in samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA), van start gegaan. Iedere maand komt de Studieleeskring bijeen en bespreekt een non-fictie boek.

In het eerste boek werden de lezers aan de hand van het leven van Gertrude Bell van het negentiende- eeuwse Victoriaanse Engeland mee genomen naar de loopgraven in Noord- Frankrijk en de woestijnen van Arabië. Deze opmerkelijke dame, Queen of the Desert, zoals haar bijnaam was, die een zelfde soort status verdient als T.E. Lawrence, personifieerde het rijke imperialistische Engeland, dat aan de ene kant zijn macht wil uitoefenen, maar ook nieuwsgierig is, veel reist,  gefascineerd is door vreemde volken en die tegelijkertijd wil helpen beschaving bij te brengen.

Er volgde een groot overzicht van de laatste jaren van het Ottomaanse Rijk aan de hand van The Fall of the Ottomans van Eugene Rogan. Een boek waar opmerkelijke feiten en inzichten te vinden zijn.

Rogan vertelt levendig met veel anekdotes het verhaal vanuit de Ottomaanse gezichtspunt. Er blijkt uit dat het Ottomaanse Rijk in het hele geo-politieke spel tussen de Europese grootmachten een belangrijke rol speelde. De Duitsers bijvoorbeeld probeerden de Ottomanen in ieder opzicht te gebruiken om tegen de Engelsen op te zetten. Zo wilden zij een aanval op het Suez kanaal, om de Engelse aanvoer naar India te bemoeilijken.

Opmerkelijker is dat Keizer Wilhelm de aanstichter blijkt van de inzet van de islam als politieke agitpropaganda. Hij lanceerde het idee van de politieke Jihad tegen de Engelsen bij de Sultan, tevens Kalief en formeel hoofd van de soennitische moslims,  om zo moslims in Engelse koloniën tegen hun machthebbers op te zetten. De Duitsers gingen zelfs zo ver dat zij een geheim inlichtingen bureau oprichten, die deze politieke Jihad moest bevorderen, onder andere door krijgsgevangenen uit noord- Afrika in speciale kampen te zetten en te trainen voor de Jihad tegen de Engelsen.

Vervolgens doken we met Lawrence in Arabia van Scott Anderson in een historisch jongensboek. Anderson beschrijft de Arabische opstand aan de hand van vier personen, waarvan T.E. Lawrence, Lawrence of Arabia, de belangrijkste is. Een boek vol met details en spannende verhalen die een prachtige illustratie zijn van waarom Lawrence zo’n legende is en wat de kracht van een goed verteld historisch verhaal is. Met de talloze anekdotes duikt het boek in de details, zoomt het in op daadwerkelijke gebeurtenissen, keuzes, overwegingen en daden van historische hoofdfiguren.

Vervolgens zoomden we weer uit met A line in the Sand, The Anglo- French struggle for the Middle- East. In dit goed geschreven werk staat de diplomatieke geschiedenis tussen de Engelsen en de Fransen centraal. Twee imperialistisch denkende naties, die rond elkaar dansten, om maar een zo groot mogelijk deel van de buit binnen te krijgen. Want in de Engelse diplomatieke dienst stond het Ottomaanse Rijk bekend als The Big Loot. Ook in dit boek veel anekdotes van de grote politieke en diplomatieke figuren in de strijd om zeggenschap over het hele gebied.

Uitgebreid aan de orde komen de totstandkoming van de Sykes- Picot overeenkomst, de beloftes van de Engelsen aan de Arabieren voor een onafhankelijke staat en de wijze waarop deze beloften vervolgens tijdens de onderhandelingen in Versailles te niet worden gedaan. In Arabische ogen het grote verraad van de Europese machten.

De komende maanden staan in het teken van de naoorlogse periode en de analyse van de huidige chaos, die afgesloten wordt met een openbare bijeenkomst in de theaterzaal van de OBA op donderdag avond 23 juni 2016.

Daan Diederiks