Massa universiteit is fiasco

Volgens de groep wetenschappers van ” Science in Transition” is het massa- onderwijs op universiteiten sinds de jaren ’80 uitgelopen op een fiasco. De groep, die zich op internet presenteert signaleert dat het universitaire systeem in crisis is. Er is, volgens het position paper, zelfs sprake van systeem falen in de alfa, beta en gamma wetenschappen. Dit falen uit zich in een afnemende kwaliteit van afgestudeerden, het dwangmatig afleveren van promovendi zonder verder carrière perspectief en een doorgeschoten beoordeling van wetenschappers op basis van artikelen en citaties in internationale tijdschriften, waardoor de band tussen onderzoek en de nationale context verdwijnt.

De opstellers van het position paper organiseerden in het voorjaar van 2013 enkele workshops waaraan voornamelijk hoogleraren van verschillende universiteiten deelnamen, met bovendien de medewerking van het KNAW. De initiatiefnemers, de bende van vijf (Frank Miedema,  Frank Hulsman, Wijnand Mijnhardt, allen van de Universiteit Utrecht, Huub Dijstelbloem van de WRR en Jerry Ravetz van Oxford University) destilleerden uit de workshops een discussiestuk, het position paper getiteld: Waarom de wetenschap niet werkt zoals het moet, en wat daar aan te doen is.

Wetenschap onmisbaar

De positie die de wetenschap in de samenleving verworven heeft is volgens de opstellers inmiddels onmisbaar. Iedere activiteit heeft een basis in wetenschappelijke kennis. Het vertrouwen in de wetenschap is onder de bevolking ook zeer groot en torent volgens een recent WRR onderzoek ook huizenhoog uit boven die van de journalistiek, de economie en de politiek. De eerste twijfels over de beloofde vooruitgang door wetenschappelijke kennis kwam in de jaren ’60 en ’70 met het ontwikkelen van de atoombom en de opkomst van milieuproblematiek. De vooruitgang die wetenschap beloofde bleek niet meer automatisch te komen. Wetenschap kon ook duivelse ideeën en producten voortbrengen.

De organisatie, financiering, verantwoording en schaalvergroting werden sinds de erkenning dat onderwijs voor iedereen bereikbaar moest zijn ineens problematisch. Science in Transition wil zeker niet het nut, maar met name de organisatie van onderzoek en het niveau van de huidige afgestudeerden aan de orde stellen. Dit doen zij door het wetenschappelijk bedrijf door te lichten op vertrouwen, kwaliteit, betrouwbaarheid, communicatie, zeggenschap en onderwijs. Via al deze invalshoeken constateren zij een crisis die alleen opgelost kan worden door verandering. Welke richting die verandering in moet slaan zou de uitkomst van het debat moeten zijn.

Wetenschap en publieke perceptie

Allereerst constateren zij dat de publieke perceptie van het wetenschappelijk bedrijf niet klopt. Het publiek ziet wetenschap voornamelijk als een fenomeen dat éénduidige antwoorden op problemen en de werkelijkheid geeft. Er is een geromantiseerd beeld van wetenschappers die geheel belangeloos de waarheid of werkelijkheid proberen te ontdekken. Deze ontdekkingen zijn het resultaat van samenwerking en het voortbouwen op kennis van voorgangers. Het vertrouwen van het publiek in de wetenschap stoelt niet zozeer op kennis van de manier waarop en de fundamentele kennis van de wetenschap, maar de autoriteit van de wetenschap. Wetenschap is onderdeel van ons levensbeschouwelijk systeem geworden, dat onmisbaar is voor de interpretatie van de wereld om ons heen. De verwachtingspatronen in de wetenschap staan voor het publiek los van concrete empirische kennis van de werking van de werking van de wetenschap zelf. Daarmee is dit vertrouwen in de wetenschap vergelijkbaar met het vertrouwen in politieke ideologieën of zelfs in religie, aldus de samenstellers. Een schandaal over wetenschappers zal daarom dit vertrouwen niet snel onderuit halen. Het toont aan dat wetenschap een bijna onaantastbare positie heeft. Om niet ontluisterd te worden is het volgens de opstellers van groot belang dat het publiek meer zou moeten weten over de werkelijkheid achter de mooie façade van de wetenschap.

Achter die façade ligt de werkelijkheid van het reële wetenschappelijk bedrijf. Het is daar een drukke marktplaats, waar snoeiharde debatten gevoerd worden en waar reputaties gevestigd en afgebroken worden in een moordende onderlinge concurrentie. De apenrots is er niets bij. Wetenschappers als Bourdieu constateerden al dat het wetenschappelijk bedrijf volop kenmerken heeft van elitair gedrag, positie verdeling naar klasse, met een overduidelijk dominantie van mannen, gesloten relatie netwerken en dominantie van reputatie als kapitaal.

Scherpe onderlinge debatten en keiharde concurrentie en belangenstrijd houdt nieuwe kennis genadeloos tegen het licht, maar kunnen soms ook grotesk falen, zoals het geval Diederik Stapel heeft laten zien.

Vertrouwen, hyperspecialisatie en relevantie

Sinds het begin van de twintigste eeuw en dan met name na de jaren ’60 is de kennisproductie geëxplodeerd. Dit heeft geleid tot hyperspecialisatie met een verlies aan overzicht over vakgebieden. Vele experts kunnen in deze situatie ook radicaal tegenovergestelde adviezen geven. Een situatie waardoor het gezag van wetenschap voor publiek en politiek problematisch wordt. Daarbij komt dat internet en democratisering van kennis wetenschap vloeibaar maken en ook voor een groot publiek de overdaad overrompelend is. De verwachtingen van wetenschap en dat wat de wetenschap waar kan maken lopen zo verder uit elkaar en vergroten de crisis in de wetenschap. Zeker als de afstand groeit tussen fundamenteel onderzoek en de relevantie van wetenschappelijk onderzoek voor acute en te verwachte maatschappelijke problemen.

Systeemfalen

Het meest verontrustende is het systeemfalen dat de auteurs signaleren. In de jaren zestig werd er al gewaarschuwd voor de snelle schaalvergroting die tot big Science leidde, institutionalisering van onderzoek en het verlies van sociale controle, een overvloed aan data en publicaties en daarmee ook een toevloed van bedenkelijke wetenschap, shoddy science. Deze voorspellingen zijn grotendeels uitgekomen. Als gevolg van dit systeemfalen is het zicht op goede en relevante wetenschap zeer moeilijk en is het de vraag hoe het wetenschappelijk systeem niet verstopt raakt met ‘irrelevante rommel’ en me-too research.

Verwaarlozing universitair onderwijs

Deugdelijk universitair onderwijs komt in de verdrukking door de nadruk op onderzoek en de beloning voor een hoge wetenschappelijk productie van onderzoek en door wetenschappers te beoordelen aan de hand van publicaties, citaties en het begeleiden van promovendi, waarbij de budgetten ook nog eens afhangen van afgeleverde promovendi. Er wordt wel lippendienst bewezen aan het belang van onderwijs, maar in de praktijk worden de excellente onderzoekers gewaardeerd.  De excellente onderwijzers op de universiteit moeten het doen met een doekje voor het bloeden als de benoeming van de docent van het jaar.

Sinds de jaren zestig dreef de universiteit steeds meer van de eigen kern af. En die kern is; lezen, nadenken, spreken, schrijven en kritische zin. Dit moest leiden tot het afleveren van deugdelijke leraren, artsen, advocaten, ambtenaren, intellectuelen en onderzoekers voor overheid en bedrijfsleven. Hoogleraren bemoeiden zich steeds minder met het onderwijs, maar lieten dit aan laag betaalde postdocs over. Ook bij de sociale- en geesteswetenschappen voltrok zich dit proces, waar de onderwijstijd bijna geheel werd opgeslokt door onderzoek, waarna het onderzoek het leven van hoogleraren en docenten geheel ging domineren. Op dit moment ligt de nadruk op de onderzoeksleider en op het aansturen van aio’s en postdocs.

Doorsnijden band universiteit en middelbaar onderwijs

Het systeemfalen is niet alleen beperkt tot de bèta wetenschappen, maar strekt zich ook uit over de alfa- en gamma wetenschappen. Hier heeft het systeemfalen ook nog eens tot marginalisering in het publieke debat van sociale en geesteswetenschappen geleid.  Dit heeft het aanzien geen goed gedaan, wat nog eens versterkt werd door het doorsnijden van de vanzelfsprekende band tussen een universitaire opleiding en het doorstromen naar het middelbaar onderwijs.

Deze ontwikkeling is mede ingezet door de introductie van de Mammoetwet, de introductie van tweedegraads bevoegdheden in de leraren opleiding en de bezuinigingsdrift van de overheid die alleen een eerstegraads bevoegdheid voor de hoogste klassen in het VWO wilde bekostigen. Universiteiten hebben dit zonder verder protest laten gebeuren. De gevolgen zijn onmiskenbaar. Ten eerste is de kwaliteit van nieuwe studentengeneraties afgenomen en deze groeiende scheiding tussen universiteit en middelbaar onderwijs zorgde voor het verdwijnen van universitair geschoolden voor de klas.

Hoger onderwijs voor velen een fiasco

Aan de ambitie om iedereen die de capaciteit heeft de mogelijkheid te bieden om een HBO of Universiteit te doorlopen willen de opstellers niet tornen, maar zij signaleren dat er een kritische grens is overschreden. Door de groeiende aantallen studenten zijn universiteiten gedwongen goedkopere tijdelijke onderwijskrachten in te zetten, die door een steeds kleinere groep dure vaste krachten wordt aangestuurd en begeleid. Onderwijs kost hen meer tijd en de onderzoek en het verwerven van een onderzoeksplaats worden ook steeds hogere eisen gesteld, waarbij ook nog eens de tijdsbesteding met twee cijfers achter de komma verantwoord moet worden.

Met steeds minder middelen moeten steeds meer studenten naar een einddiploma geleid worden. De opstellers gooien daarom het been maar eens in het hondenhok door de vraag te stellen of het niet tijd wordt te erkennen dat het ideaal van hoger onderwijs voor velen op een fiasco is uitgelopen.

Perverse prikkels en driesprong

In navolging van de kritiek op de bonuscultuur in het bankwezen stellen de opstellers van Science in Transition dat perverse financieringsprikkels van de overheid ter vergroting van de wetenschappelijke efficiency de voorspelde schadelijke effecten hebben teweeggebracht.

Science in Transition komt daarom tot de conclusie dat het wetenschappelijk onderwijs op een driesprong staat. Of de rijksbijdrage gaat drastisch omhoog, of het collegegeld stijgt fors, of er wordt bij gelijkblijvende financiering een numerus fixus ingesteld.

Daan Diederiks